Journey

In the sheltering shade of the forest
Calling calming silence
Accompanied only by the full moon
The howling of a night wolf
And the path under my bare feet…
…The Elvenpath

De Witte Eenhoorn

In het stadje Sylvania in de Witte Eenhoorn zaten Pylian, La’el, Firali en Sumthar wat te drinken, tot plotseling een verwarde wilde elf binnen kwam en de rust in de Witte Eenhoorn deed verdwijnen. De wilde elf strompelde met een perkament in zijn handen en bezweek op de grond. Zijn laatste woorden waren: ,, Zezel “. Het stadje verkeerde meteen in diepe rouw.

Uit nader onderzoek van de kapitein van de wacht, Baelael, bleek de elf een vierkant stuk huid uit zijn rug te missen en bleek het perkament van elfen huid gemaakt te zijn.

Stof tot stof

De hoge priesteres, Calmar’ess leidde het Stof tot stof ritueel om de wilde elf te eren. Het sterven van een elf is een natuurlijk proces, maar sterven op een onnatuurlijke wijze baart diepe droevigheid met mee. Het hele stadje was in diepe rouw tijdens de ceremonie en de dagen erna.

Calmar’ess legde het ontzielde lichaam op het altaar en sprak de ritueelteksten uit. Ze spreidde haar vingers over het gehele lichaam en er kwamen gouden lichtstralen uit haar vingers. Het lichaam van de wilde elf veranderde langzaam in stof. Een lichte avondbries nam de stofresten mee, zodat de elf weer kon terugkeren naar de Natuur.

De reis naar het Hof van Corellon

Na het onderzoek van Baelael moet het perkament verder onderzocht worden. Solonna bestudeerde het perkament en kwam erachter dat het perkament niet door een elf was geschreven, daar was het te grof voor. Verder was het in een taal geschreven die Solonna niet kon lezen.  Er werd besloten om het perkament in het Hof van Corellon verder te laten onderzoeken. Na een aantal pogingen om het te vertalen besloot Solonna een krachtige spreuk te gebruiken die haar in staat stelde om alle talen te kunnen begrijpen. Echter werkte dit niet helemaal, tijdens het lezen raakte Solonna in een soort waanzin. ‘s Nachts werd ze geteisterd door nachtmerries en overdag was ze niet meer aanspreekbaar.

Zo besloten de vier metgezellen mee te reizen met Solonna naar het Hof van Corellon.

Na een aantal dagen reizen kwamen ze rottende opengereten en aangevreten centaurs tegen. Niet veel later kwamen ze de daders tegens. Er volgde een gevecht tussen slakachtige wezens en kleine vliegende impen, de elfen wisten de monsters te verslaan. Gehavend zochten ze hun toevlucht in een nabije grot.

De tombe van Ter’Azius

De grot waarin de avonturiers hun toevlucht zochten herbergde iets meer dan een eenvoudige toevlucht. Na het verkennen van de grot bleek in de diepte ervan een kleine tempel in het rots uitgehakt te zijn. Ze besloten de tempel binnen te treden. In de tombe lag een schat aan rijkdom, boeken, zwaarden, ringen. Firali en Pylian namen een tweetal boeken en een zwaard mee, ter onderzoek.

De grot bleek nog meer te herbergen dan een graftombe en de elfen gingen dieper en dieper de grot in, tot ze aankwamen bij een grote ondergrondse ravijn. Aan de overkant van de ravijn lag een grote zwarte zuurspugende draak te rusten. Gelukkig kon deze draak de elfen niet bereiken. Muisstil gingen de elfen keerden de elfen om en zagen in de verte een magisch licht. Hier ontmoetten ze de dwergen Uts Nus en Dralin. Dralin was ernstig gewond.

Bevrijden van Belgirn

Ondanks dat het dwergen waren, waren ze vriendelijk gezind. Uts Nus vertelde hen over Ter’Azius. De tempel bleek eigenlijk de graftombe van Ter’Azius te zijn. Hij was een de leiders van de mensen ten tijde van Vandria’s Pact. Uts Nus vertelde de elfen dat zijn volk gevangen werd gehouden en dat het fort Belgirn was gevallen. Imps en slakachtige wezens hadden de fort aangevallen en ingenomen. Ze hielden alle dwergen gevangen. De elfen besluiten Uts Nus en dralin te helpen met het bevrijden van Belgirn. Na het maken van een aanvalsplan werd de aanval ingezet. De elfen stuitten op andere wezens dan alleen de imps en slakachtigen. Deze waren groter, sterker en slimmer. Na een heftig gevecht waren de elfen deze monsters de baas. Belgirn was bevrijd. De elfenstrijders en de dwergen scheidden hun wegen in vriendschap en vrede.

Kalaman’s inzichten

Buiten gekomen uit de grot, zien de helden donkere wolken boven Sylvania samen pakken, met deze wolken gaan bevingen gepaard. Uit de wolken schieten bliksemschichten zonder donder. Solonna’s waanzin wordt steeds heftiger en begint vortexen op de grond te tekenen. Haar nachtmerries worden steeds heviger en haar gezond gaat snel achteruit.

Na een aantal dagen reizen kreeg Pylian een visioen. Een visioen die de avonturier iets probeerde te vertellen maar waar hij geen wijs uit werd. Niet veel later werden ze aangevallen door schaduwgeesten en ze wisten tenauwernood hieraan te ontsnappen met behulp van Sa’ter.

Na gesprekken met Sa’ter kwamen de elfen erachter dat de duivels een doorgang naar Arborea hadden gevonden. Dat het perkament in Infernal, een duivelse taal, is geschreven. De woorden op het perkament waren met elfenbloed op een elfenhuid geschreven, dit zorgde ervoor dat de magische kracht enorm groot was. De donkere wolken boven Sylvania zorgden ervoor dat Sylvania ten onder ging. Sa’ter leidde hen naar een portaal toe waar ze de magier Kalaman kunnen vinden. Voordat de elfen het portaal ingaan, verdwijnt Sa’ter met Solonna en het perkament. De elfen probeerden tevergeefs Sa’ter en Solonna te vinden en stappen het portaal in.

In de toren, bezemkast, van Kalaman aagekomen gingen de elfen op zoek naar Kalaman. Ze zagen een man in een grijs gewaad met rode borduursels in een kamer een magische toverspreuk uit te voeren.

We zien Hoge Priesteress Morgana, leider van de theocratie Grus en hoge priesteres van Boccob. We zien een groot gapend gat midden in de Bossen van Avandor. Het is daar vruchteloos en levensloos. We zien de nobele Huizen Cygnus, Ursa, Ara, Vela, Corvus, de vrije staten Fornax, Erida en Grus in een politieke strijd om de Troon van Derveni.

De avonturiers waren geteleporteerd naar Grus, dat in de vrije stadstaten van Norma ligt. Kalaman’s toren ligt op een heuvel aan de rand van de stad en kijkt uit over Grus. Grus behoorde honderden jaren geleden tot het Hof van Derveni. De elfen gaan tevergeefs naar de toren van Morgana. Bij terugkomst bij Kalaman ontmoetten ze Nilrem.
Nilrem wilde de ruines van Derveni bezichtten via Kalaman’s glazen bol. Vervolgens wilde hij de situatie van Sylvania bekijken. Het was nog steeds een groot gapend gat midden in de Bossen van Avandor. Nilrem vertelde dat Sylvania door middel van een Schuiving waarschijnlijk in een van de negen hellen terecht is gekomen. Zo kwamen de helden erachter dat Ardurak de dwergen naam is voor Azazel wat meest geeerde of gewaardeerde betekent. Op verzoek van Nilrem gaan de elfen met hem mee naar de ruines van Derveni omdat situatie daar verder te onderzoeken.

De ruines van Derveni

Aangekomen bij de ruines van Derveni blijkt dat de hele stad groter is dan Grus en op een berg ligt. De elfen vonden hun weg naar het kasteel op de top van de berg. In het kasteel ontdekte Firali een magisch tafel. Deze tafel liet de gevechtsplannen zien ten tijde van Vandria’s Pact. Hier kwam Firali ook achter dat als men de Ring van Ter’Azius droeg, je de heerser bent van Derveni. Deze ring is door de god Derveni zelf gesmeed.

In een van de zalen kwamen de elfen een aantal bijzondere wandtapijten tegen. Hier leerden ze meer over de gebeurtenissen in de hoogtij dagen van Ter’Azius. Bij het verder onderzoeken ontdekten de elfen een geheime gang naar de kerkers van Derveni. De gang bleken de elfen uiteindelijk nodig te hebben toen ze erachter kwamen dat de ruines van Derveni duivelse bezoekers kregen.

De kerkers van Derveni

De elfen treden de kerkers van Derveni in. Na het oplichten van een fakkel zagen de elfen dat de wanden doorlopen zijn met zwarte aderen. De elfen verkennen de kerkers dieper en dieper. Langzaam worden de aderen in de wanden zwart groen. De elfen ontdekten in het diepste van de kerkers de geschiedenis van Derveni, alleen deze kennis was met de terugtocht naar boven verloren gegaan.

Aangekomen in de troonzaal werden de elfen en Nilrem belaagd door duivels. De enige uitweg was via een portaal ontsnappen. Alleen deze ontsnappingsroute leidde de elfen naar Bellum, het Slagveld van Ter’Az, toe.

Mal Ardunrak

Aangekomen in Mal Ardunrak, Fort van Ardurak, gingen de elfen op Nilrem’s verzoek de stad verkennen. Nilrem had andere zaken af te handelen en verliet de elfen. Via Kalaman konden de elfen Nilrem bereiken. Na wat ongelukkige diplomatie met duivels, die de elfen voor huurlingen aanzien, kwamen de elfen in een obscure tempel terecht. In deze tempel vond een duister ritueel plaats, waardoor degene die hem uitvoerde verdween in een portaal. Tevergeefs probeerden de elfen het ritueel te herhalen, waarna ze werden ontdekt door een aantal duivels.
Een gevecht volgde en de elfen verloren het bewustzijn.

Wat er daarna gebeurde zullen de elfen op de eerste volgende sessie te weten te komen…